(EX)-MÊKH
in DE Nederlandsche CACAOFABRIEK, Helmond.
OUR territory
(EX)-MÊKH
in DE Nederlandsche CACAOFABRIEK, Helmond.
is
een groep van 4 kunstenaars die al enige jaren met elkaar tentoonstellingen
maakt en discussie voert over het tentoonstellen, het werkproces en
kunstenaarschap. Het eigen werk is hierbij steeds de inzet.
Na
iedere tentoonstelling volgt een ander die de vorige bediscussieert door andere
invalshoeken te kiezen. Behalve door onze ervaringen worden de verschillende
benaderingen ook bepaald door de nieuwe omstandigheden, een ander soort
tentoonstellingsplek, een ander publiek, een andere doelstelling: het daagt ons
uit om onze ideeën en ons werk op een andere manier in te zetten. Doordat we
deze (EX)-MÊKH tentoonstellingen naast onze individuele ontwikkeling laten
lopen worden (EX)-MÊKH tentoonstellingen steeds weer door vier verschillende
bronnen gevoed evenals onze individuele ontwikkeling door de (EX)-MÊKH
projecten worden verrijkt.
Ellen Rodenberg
In
2008 heb ik vier maanden (A.I.R. programma Landing Soon) in Indonesië gewerkt,
die periode heb ik gebruikt om mijn werk en mijn uitgangspunten te herijken.
Het wonderlijke is dat je denkt in zo’n andere omgeving met een tabula rasa te
beginnen, maar ik zag in mijn werk ook verbindingen met eerdere motieven en
onderwerpen die op den duur door mijn verblijf in Indonesië aanzienlijk
verdiept werden.
T.a.v. de locatie, situatie en historie van
DE Nederlandsche CACAOFABRIEK heb ik de volgende vragen gesteld:
Is de afweging bij het bedenken van
vlagkleuren van naties anders dan bij het maken van een schilderij?
De vlag dient een groep aan te spreken en
men gebruikt de vlag om een volk tot eenheid te smeden met een symbool voor
haar cultuur. Een land, een vlag, een volk. Zo lang mogelijk onveranderd,
reproduceerbaar en eenduidig. Een schilderij heeft daarentegen een geheel ander
doel ( als er al sprake is van een doel), namelijk een goed schilderij zijn. Op
het moment dat je eenzelfde indeling van kleurvlakken gebruikt als aangetroffen
op vlaggen, merk je onmiddellijk de tegenstelling en het schilderij gaat dan
ook tegenwerken. De nuancering die in een schilderij aangetroffen wordt, gaat
om individuele afwegingen. De maat, de kleuren, de textuur die zich tot elkaar
verhouden vragen om persoonlijke afwegingen. De functie die bij een vlag hoort
is een schilderij vreemd. Een schilderij kan vragen stellen over de betekenis
van een vlag. Het schilderij schept de mogelijkheid tot individuele
overwegingen, kritiek, vragen. De vlag roept op tot ontzag voor macht. Roept op
tot gehoorzaamheid, strijd, hakken in het zand, aangenomen identiteit,
Onveranderlijkheid, revolutie. De vlag is buitenkant, eist en provoceert de
buitenwereld en het schilderij bevraagd en provoceert de binnenwereld, de
binnenkant. Beiden hebben revolutie genererende vermogens.
In
de opgestelde installatie ‘MEETING POINT?’
is er een wisselwerking tussen het schilderij en de context waarin de
doeken zijn opgehangen. De vlaggen en hekken (restanten van kratten die net als
de viervlaksdoeken mee zijn gekomen uit Indonesië) zijn in een opstelling
geplaatst die aan pionieren en tijdelijke stationering refereren: een bijna
nomadische vooruitgeschoven post.
Vanuit één punt vertrekken de hekken of
vlaggen als het ware uitwaaierend naar alle windstreken.
De TV installatie
SECOND IMPRESSION
Is:
- Een herinnering aan Yogyakarta 2008
- A painting projection
-
Lagen om de herinningsmanipulatie te simuleren, op de hielen te zitten.
-
Een levend televisie schilderij als tegenhanger van de openhaard- of aquarium
dvd.
-
4 kleuren televisie
- ‘Dit is Yogyakarta,
dit is niet Yogyakarta’, dit is…’
Dit
werk is voortdurend aan verandering onderhevig. De verschijningsvorm ook. Het eerste idee is ontstaan in
Als
FIRST IMPRESSION is de compilatie van korte video impressies geprojecteerd op
grote 4 vlakskleur doeken. Dit vond plaats in een film-/annex koffiehuis in
Yogyakarta in 2008.
De
videofragmenten zijn daarna opnieuw samengesteld en de geluiden zijn verplaatst
en onder andere fragmenten gezet. Soms zijn de beelden van de fragmenten
weggelaten en zijn enkel de geluiden gebruikt. Deze zijn soms weer onder andere
fragmenten geplaatst. De opnamen zijn allemaal in en om Yogyakarta gemaakt. Er
is onder meer gefilmd in theater en bioscoop op openingen van kunstenaars
initiatieven, in winkels, in de kampong, vanuit de trein, in de studio in
Yogya. Deze eerste compilatie is met het oog op een variatie aan sfeer beelden
gemaakt. De beweging en de stiltes, dit is niet Yogyakarta. Dit is een sfeer beeld
in fragmenten van een persoonlijke ervaring van Yogyakarta. Dit is
Yogyakarta. De fragmenten zijn bij
elkaar gezet met de bedoeling nog meer korte films met impressies te maken en
die later in een installatie bij elkaar te brengen. Titel: Dit is niet Yogyakarta, dit is
Yogyakarta.
SECOND
IMPRESSION part 1 is in HEDEN
(Kunstcentrum, Den Haag) 2x geprojecteerd op 2 viervlaks kleurdoeken. Dit keer
niet synchroon afgespeeld maar 2 minuten na elkaar.
De
beelden zijn door de kleuropdeling van het beeld wel hetzelfde maar door de
kleur anders van sfeer. De geluiden spelen door elkaar maar door enkele stille
momenten in de film neemt het eerder of later gespeelde geluid het over. De
herinnering wordt hiermee gesimuleerd en wederom gemanipuleerd. ‘Dit is niet
Yogyakarta’ wordt hiermee meer Yogyakarta.
SECOND
IMPRESSION part 2 is een projectie die opgenomen is op video incluis het
geluid. Dit keer spelen omgevings geluiden van deze opnamen ook een rol. De
film is geprojecteerd op een schilderij.
Het
schilderij is net als de viervlaks kleur doeken in vier vlakken geschilderd en
levert dus een 4 kleurenbeeld op.
Hiervan is een filmopname gemaakt die op dvd is gezet. De weergave op
een TV scherm is de 3e fase in het project ‘Dit is Yogyakarta’.
http://www.ellenrodenberg.nl/MEKH.htm
Maarten
Schepers
In
de cacaofabriek wil ik een werk laten zien dat een samensmelting is van een
tentoonstellingsmodel en autonome beelden/sculpturen. Sculpturen en model zijn
onderdeel van een geheel waarbij het model de voorwaarde schept voor de
sculpturen .De sculpturen zijn gebaseerd op architectuurmodellen en geven
betekenis aan het tentoonstellingsmodel.
Het
idee voor dit werk is ontstaan naar aanleiding ven onze presentatie in W139
basement. Ik heb toen een tentoonstellingseiland gemaakt voor het presenteren
van ons individuele werk. Met het eiland konden wij een eigen
ruimte/territorium creëren binnen de
tentoonstelling van W139.
Nu
wil ik, uitgaande van de toen opgedane ervaring, een stap verder gaan en zowel
het model als het gepresenteerde werk in eigen hand houden. Het werk dat te
zien is als één ding verhoudt zich in zijn geheel tot het werk van de
mede-exposanten. Ik maak een eiland als een eigen territorium gevuld met mijn
eigen fascinatie en dat in relatie staat tot de andere eilanden.
Het
werk bestaat uit houten panelen met witte lappen die als wasgoed over de rand
hangen.Twee liggende panelen bepalen de presentatieruimte en zijn draagvlak van
sculpturen van roofmate en pur-schuim.
In
relatie tot dit werk wil ik op de wand van de Cacaofabriek twee lichtboxen tonen met foto’s van een van
binnenuit verlichte bungalowtent in de
nacht.
Kees Koomen, 3 maart 2009
Als beeldend kunstenaar woon en werk ik in
een huis, dat van mijn verbeelding en ideeën wereld . Hier haal ik beelden,
indrukken en ideeën binnen, denk er over na, verwerk ze tot schilderijen,
werken op papier en recentelijk ook in andere media. De resultaten van dit
proces laat ik buitenshuis zien als vruchten van mijn verbeelding, als kinderen
van mij en mijn muze.
Die resultaten zijn spiegelfragmenten,
uitsneden van beelden gezien uit verschillende invalshoeken die door mij bepaald
zijn. Daarmee probeer ik een beeld van de maatschappij te vormen zoals ik die
ervaar als beeldend kunstenaar en tegelijkertijd stel ik een zelfportret samen.
Het is een bundel spiegels die ik tot een coherent geheel probeer te krijgen
wat uit de aard van de zaak is gedoemd te mislukken. Die stukken zijn als
zwarte gaten die zich volgezogen hebben, imploderen tot diamanten en zich te
verdelen om vervolgens als sterren in onderlinge samenhang een stelsel in ons
heelal kunnen vormen.
In de loop van de tijd heb ik naar aanleiding van ideeën over het belang van
context en over atelierfoto’s die ik gemaakt heb een aantal clusters van werken
getoond bij diverse gelegenheden. Daarnaast ben ik recent begonnen met het
onderzoeken van het werken in context met andere kunstenaars in het collectief
(ex)-mêkh. Met deze groep zoeken we ook diverse soorten ruimtes om te zien wat
de aard van deze ruimtes doet met ons werk en hoe het werk de ruimtes kan
beïnvloeden. Door het werken met deze
groep en de gelegenheden die we gecreëerd hebben om in allerlei plekken te
werken heb ik persoonlijk ook mijn vocabulaire danig uitgebreid. Naast teken en
schilderkunst en teksten heb ik zo een aantal driedimensionale installaties
gemaakt en ben ik begonnen met een onderzoek naar de mogelijkheden om met de
combinatie van video en schilderkunst mijn ideeën effectiever over te brengen.
Voor de Cacaofabriek wil ik twee
installaties maken. In een installatie figureren mijn fotografisch dagboek van
tien jaar geleden als bron, een video van de rivier de Sorgue van af de bron
richting zee en een compositie van zeezout op de wand. Het is een verbeelding
van het creatief proces zoals dat zich in mijn kunstenaarsschap afspeelt. Als
zodanig is het een particulier gebeuren en schermt het zich af van de rest van
de tentoonstelling en van mijn (ex)-mêkh-genoten: het is mijn territorium. Het
verbeeldt wel het gegeven dat ik mijn inspiratie haal uit andere landen en in
veel gevallen mediterrane culturen, of,
zoals ik in een tekst bij een uitgave van mijn werk schreef:”als ik kijk
koloniseer ik werelden in een speldeprik”. Daar ligt dan ook een parallel
tussen het kunstenaarsschap wat zich door ervaringen in andere werelden laat
inspireren en het koloniale verleden van de cacaofabriek wat een meer materiele
doelstelling had.
De
tweede installatie handelt over gedwongen migratie: Ik laat op een monitor een
video zien van een verlaten rudimentair en archaïsch huis. Er is te zien hoe ik
het huis benader, eromheen loop, kijk, erin rondkijk en langzaam weer afstand
neem. In het huis zijn overduidelijke tekenen van bewoning, er is een haard
waar gestookt is en waarbij gedronken en gepraat is en je ziet een schoorsteen
waardoor de rook van het vuur waarop gekookt is wegstroomde. Er zijn resten van
een dak wat mensen beschermd heeft en er zijn raam- en deuropeningen waardoor
mensen gekeken en gelopen hebben.
Op de wand achter de video wil ik met schilderkunstige gegevens wegtrekkende
mensen weergeven. Dit weggaan van een huis kan verschillende oorzaken hebben:
gebrek aan water, economische oorzaken, of een oorlog of ziekte (bij het huis
wat ik filmde is heeft een pestepidemie plaats gehad). Wat achter blijft is een
ruïne met ideeën over wat er zou zijn geweest. De installatie is een visioen
over teloorgegaan kunstenaarschap.
Hans Ensink op Kemna
De
inbreng van Hans Ensink op Kemna zal een installatie zijn die refereert
aan de omstandigheden waaronder cacao wordt geoogst en als chocolade door
ons wordt geconsumeerd. De Keuringsdienst van Waarde heeft er een aantal
uitzendingen aan gewijd en schrok zo van de resultaten dat men uit eigen
beweging een 100% slaafvrij chocolademerk op de markt bracht.
Plan
van aanpak:
Ik
heb altijd gewerkt met olieverf maar sinds enkele jaren ben ik daarnaast
in mijn werk bezig te onderzoeken in hoeverre papier als drager iets
toevoegt aan mijn werk. Ik ben daartoe grote rollen papier gaan gebruiken
van 1000 x
Inhoudelijke
achtergrond:
De
cacaofabriek is een plek met geschiedenis en is gehuisvest in een
karakteristiek gebouw. In de grote ruimte beneden bevinden zich een 7-tal
dichtgemetselde nissen. Ik wil die nissen vullen met een voor mijn
werk bassaal gegeven namelijk een repeterend patroon met rode gouache.
Dit
patroon vormt de basis voor een in kleur verlopend geheel waarbij ik me heb
laten inspireren door het werk van Hermann Nitsch in zijn Orgien Mysterien
Theater. (zie noot). Ik heb nooit “life”een van deze opvoeringen
meegemaakt maar heb er wel veel afbeeldingen van gezien. Het gaat me ook niet
zozeer om de vervoering die ontstaat tijdens deze gebeurtenissen als wel het
nabeeld te accentueren. Een grotesk beeld van witte lakens doordrenkt met bloed
zachtjes waaiend in de wind, geen mens meer te bekennen, wat heeft hier
plaatsgevonden……?
Recapitulerend:
De
installatie gaat dus zowel qua vorm, doordat er wordt ingespeeld op
architecturale aspecten van het gebouw, als inhoudelijk door een verband
te leggen met het verleden, een relatie aan met de plek. Daarbij blijf ik
binnen de idiomen van mijn werk en vormt de ruimte de uitdaging om binnen deze
kaders te anticiperen op de omgeving.
Hans
Ensink op Kemna
Maart
2009
Hermann
Nitsch (Wenen, 29 augustus 1938) is een Oostenrijks beeldend
kunstenaar. Hij is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het zogenaamde
Weens Aktionisme. Hermann Nitsch organiseerde samen met Otto Muehl en Adolf Frohner talloze Aktionen (theatrale evenementen
vergelijkbaar met de happening).In
1961 ontstonden zijn eerste schilderijen met uitgegoten
verf. In de jaren '60 ontwikkelt hij de
basisideeën voor zijn Orgien-Mysterien-Theater: een synthese van schilderkunst, architectuur, theater,
muziek, en dans. Nitsch
wil het theater en de beeldende kunst opnieuw in verbinding brengen met oeroude
offerrituelen, beschreven als 'totemmaaltijden' door Sigmund Freud. Hij wil
alle zintuigen van de toeschouwers en de deelnemers maximaal prikkelen, zodat
een bewustzijnstoestand wordt bereikt waarin het levensproces op intense wijze
wordt ervaren.