Aantekeningen uit Madrid

 

Na een vlucht van twee en een half uur en een rit van een half uur onder de grond sta ik op Puerta del Sol, het centrale plein in Madrid waar de
kilometer 0 in de grond zit. Van hier vertrekken alle belangrijke wegen in Spanje. De officiële opening van de ARCO voor pers en genodigden door de prins en prinses van Asturias (het Spaans kroonprinselijk paar) is dan al begonnen. Door een gelukkig toeval ben ik uitgenodigd voor een speciaal programma dat door ARCO georganiseerd wordt, maar daarvoor moet ik eerst in een hotel de welkomstmap met alle benodigde papieren ophalen. De Spaanse kunstbeurs werd na het verdwijnen van Generaal Franco voor het eerst georganiseerd om de Spaanse kunstwereld op de kaart te zetten en om buitenlandse galeries met Spaanse verzamelaars in contact te brengen. Deze beurs is de dertigste, een jubileum. Door de crisis die in Spanje hard toeslaat waren de laatste edities niet erg succesvol en de vernieuwde directie heeft de beurs verkleind en versoberd. Men ging van drie naar twee hallen van het enorme IFEMA-complex waardoor de meer decoratieve kunst verdween. Ook ligt er ligt geen vloerbedekking meer op de  betonnen vloeren wat in veel gevallen gunstig uitpakt voor het werk dat getoond wordt.

Donderdag                                                                       
De eerste indruk is aangenaam.
Er heerst een geanimeerde sfeer met een publiek dat werkelijk in het werk geïnteresseerd lijkt te zijn. Ik heb het idee
dat de galerieën ander werk tonen dan wat ik op de Noord-Europese beurzen gewend ben: minder conceptueel, video, pop, of  neo-pop. Veel werk dat vanuit het materiaal gedacht is. Dus schilderkunst, sculptuur en installaties en de buitenlandse galeries, die goed vertegenwoordigd zijn, gaan daar in mee omdat de Spaanse aard daar kennelijk om vraagt. De interesse wordt ook in aankopen omgezet en het gaat niet om  kleine bedragen maar soms om tonnen, per kunstwerk!

Vanavond vindt een eerste activiteit buiten de beurs plaats. Met een gezelschap verzamelaars en persvertegenwoordigers word ik in een bus naar een buitenwijk vervoerd, met privé-bewaking, waar we een kunstcollectie kunnen bezoeken.  De verzamelaars staan nerveus te wachten om kennis te maken met de bezoekers die merendeels uit het buitenland komen. Hun woning is een voorbeeld van modernistische architectuur en op bepaalde plekken lijkt het huis wel voor de collectie gebouwd te zijn, wat gelukkig uitpakt: een zwembad met daarnaast een videoprojectie is geen alledaags verschijnsel maar oogt prachtig. Hun collectie is hedendaags en van een behoorlijk niveau.  Als ik later een van de begeleidsters vertel dat ik onder de indruk ben, neemt ze me mee naar onze gastheer die alleen Spaans spreekt. De man vertelt dat hij een favoriete galerie heeft in Madrid waar hij graag koopt. De volgende dag zal ik op de beurs bij die galerie een paar werken terugzien die hij voor de gelegenheid in de garage heeft geïnstalleerd.
Na dit bezoek kan ieder die dit wil naar het jubileumfeest in Pacha-Disco, een van de populairste uitgaansgelegenheden van Madrid. Met een enorme bel Mojíto in de hand die me bij binnenkomst wordt aangereikt zie ik de trendy ruimte vollopen en als mijn glas leeg is om 02.00 u en ik naar mijn hotel ga, kom ik in de mensenmassa de dochter van de verzamelaar tegen. Ze lijkt zich hier beter te voelen dan thuis tussen de kunst.

Vrijdag
Deze dag rijdt het gezelschap naar Móstoles om het Centro de Arte 2 de Mayo te bezoeken. Het is een regionaal museum in een modern gebouw dat specifiek op hedendaagse kunst is gericht, gefinancierd door de gemeente Madrid,. Er vindt een tentoonstelling plaats van de Cubaanse kunstenaar Wilfredo Príeto en er zijn werken uit de eigen collectie te zien. Het werk van Príeto is zinnelijk én conceptueel, maar waar het materiaalgebruik me aanspreekt vind ik het conceptueel niet altijd even sterk. De plaatselijke collectie van Spaanse en andere hedendaagse kunstenaars geeft een mooi beeld van de Madrileense ideeën over hedendaagse kunst. In een fotoserie herken ik het Hollandse licht. Het is een serie van de Spaanse Lara Almarcegui over ruïnes in het Nederlandse landschap.

Intussen ben ik in contact gekomen met diverse leden van het gezelschap. Een van de heren, een Bayer die alles fabelhaft vindt, vertelt me dat hij kunstadviseur is voor een multimiljonair met een hotelketen in Zuid Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. In die hoedanigheid reist hij kunstbeurzen af om kunst te kopen voor de hotels. Hij heeft al wat dingetjes gekocht, maar hij wil nog een flink beeld aanschaffen en heeft daarnaast het oog laten vallen op een groot schilderij van Günther Förg. Hij kent het volgende doel van deze dag: de expositieruimte van de Banco de Santander. Deze ruimte bevindt zich op een groot met hekwerken en beveiliging afgesloten stuk grond dat een dorp lijkt met gebouwen voor de bank. Op het terrein staat een grote variëteit aan olijfbomen die de directeur van de bank verzamelt. Sommige exemplaren lijken wel uit het eerste millennium te stammen.
In de expositieruimte is een indrukwekkende en samenhangende tentoonstelling gemaakt met werk uit een Italiaanse privé-verzameling uit Turijn. Tijdens de lunch die ons door de bank wordt aangeboden vertelt Patrizia Sandretto Re Rebaudengo, de eigenaresse van de verzameling, iets over het ontstaan van haar collectie en nodigt zij ons uit naar Turijn te komen om de rest van de tweeduizend werken te zien. Tijdens de lunch en op de terugweg naar de beurs vraag ik diverse verzamelaars hoe zij zijn begonnen met verzamelen. Een Vlaming die al eerder een indrukwekkende rij namen liet vallen vertelt dat hij als student is begonnen met
het ophangen van posters en afbeeldingen. Vervolgens kocht hij een klein werkje en toen hij een baan had en zich meer kon permitteren bouwde zich langzaam een verzameling op. Een Hongaar is medewerker van een bank en koopt in eerste instantie voor hen. In de loop van de tijd heeft hij zelf ook voorkeuren ontwikkeld buiten het gebied waarin de bank verzamelt en begon dat te kopen. Nu heeft hij zijn privé-verzameling in zijn buitenhuis in Malaga. Verschillende Duitsers geven de indruk dat het bij de opvoeding hoort om op het gebied van cultuur een smaak te ontwikkelen en zich met die voorkeur te engageren.

Terug op de beurs bezoek ik het gedeelte dat ik nog niet gezien heb. MK-galerie uit Rotterdam heeft een geslaagde presentatie van Willem Besseling. West uit Den Haag blijkt op een apart gedeelte van de beurs te staan, genaamd Opening. Dit deel is bedoeld voor jonge galeries die nog niet eerder aan ARCO hebben deelgenomen. Bij de opening heeft West direct goede zaken gedaan met een beeld van Vincent Ganivet en foto’s van Harmen de Hoop. Ook het dikke, door West ontworpen, boek over Harmen de Hoop vindt aftrek.
Van Wilfredo Prieto is op de beurs een werk te zien dat ook in het museum hing:
Dos classicos
. Het bestaat  uit een suikerblokje en een even groot blokje marmer op een houten plankje tegen de muur, oplage 3, verkrijgbaar voor € 15.000,-
Vandaag is de beurs algemeen toegankelijk en studenten van kunstopleidingen moeten de beurs bezoeken. De sfeer is daardoor bijzonder levendig en weer valt me op hoe geïnteresseerd bezoekers rondlopen.

Vanavond is er een privé-bezoek aan de Fundaçion Mapfre georganiseerd waar een deel van de Romaanse kunst uit het MNAC in Barcelona te zien is. Er zijn prachtige muurschilderingen en gebruiksvoorwerpen uit Catalaanse kerken uit de vroege middeleeuwen te zien. Uit voorbeelden blijkt hoe deze schilderkunst kunstenaars als Picasso, Miró en Picabia al vroeg beïnvloed heeft. Tijdens de cocktailreceptie verbaas ik het gezelschap als blijkt dat ik een zojuist aangekochte Nederlandse kunstenaar en zijn werk goed ken. Kennelijk is de sociale verhouding tussen verzamelaars en kunstenaars toch niet zo voor de hand liggend als ik denk. Dan word ik gebeld door een van de Hollanders op de beurs. Even later bevind ik me in het Reina Sofia waar ter gelegenheid van de beurs een avondopenstelling is, die erg druk bezocht wordt. Als het middernacht is en het museum sluit heb ik nauwelijks iets tot me kunnen laten komen van het getoonde werk van Hans Peter Feldmann, waarover iedere verzamelaar enthousiast is. Wat ik zag, zakt weg in het nachtelijk bier.

Zaterdag
We  rijden eerst naar de Fundaçion Canal om de tentoonstelling van Daniél Canogar te zien, een jonge Spaans-Amerikaanse kunstenaar. Een soepel sprekende man met goed gemaakt geëngageerd werk dat duidelijk erg populair is. Het laatste deel van het programma dat ik wil bezoeken, blijkt een hoogtepunt te zijn: een privé-collectie in de omgeving van Toledo. Aangekomen bij de finca van de familie die ons ontvangt, worden we direct naar tot expositieruimte verbouwde paardenstallen geleid, waar de meer contemporaine werken uit de collectie zijn ondergebracht. De dochter van de eigenaars vertelt dat haar grootouders al verzamelden, voornamelijk Spaanse impressionisten. Zij hebben hun enthousiasme overgebracht op hun kinderen en kleinkinderen, waardoor de collectie van de familie inmiddels bestaat uit diverse perioden in de recente Spaanse en ook internationale kunstgeschiedenis. Een demonstratie met Arabische paarden die hier gefokt worden, brengt het verleden van dit gebied tot leven. Tijdens de lunch die in het prachtige oude woonhuis geserveerd wordt, kunnen de oudste werken uit de collectie bewonderd worden. Het geheel is een mooi voorbeeld van een organisch gegroeide collectie met persoonlijke keuzes die volledig in overeenstemming zijn met de omgeving en de aard van de familie. Na slechts één blik op Toledo zie ik toch nog prachtige El Greco’s in het Thyssen-Bornemisza museum.
Op de terugweg naar het vliegveld vraagt de taxichauffeur of hij niet
met me mee mag: in Spanje is geen werk en alles wordt steeds duurder. Veel mensen zitten in de problemen.

De beurs in Madrid is anders dan de Nederlandse beurzen. Er worden grotere namen gebracht, er wordt meer gekocht door meer buitenlandse verzamelaars die bepaalde normen hebben waarover consensus lijkt te bestaan. Ik krijg de indruk dat men in bepaalde kringen Nederlandse beurzen niet serieus neemt, omdat ze een afwijken van die normen. De collecties die ik zag verschillen alleen in regionale details van een collectie als die van CALDIC. Kennelijk gaan Nederlandse verzamelaars wel naar het buitenland, maar komen buitenlandse collectioneurs niet naar Nederland.