Un pinceau très vanté

Un pinceau très vanté (een veel geroemd penseel) is ontleend aan het gedicht Le cadre van de negentiende eeuwse Franse dichter Charles Baudelaire en zet de kunstenaar Erik Pape in een passend kader. Parijs is al decennialang de favoriete inspiratiebron van schilder. Hij geeft de Franse hoofdstad steeds op een eigen, herkenbare wijze weer, maar ook steeds weer anders, vindt vaste What’s up-medewerker Kees Koomen.

 

In de jaren vijftig van de vorige eeuw oefende Parijs een bijna mythische aantrekkingskracht uit op Nederlandse jongeren die hun vaderland wilden ontvluchten. Nederland was nog bezig zich te herstellen van de Tweede Wereldoorlog en raakte weer net zo in zichzelf gekeerd en verzuild als voor de oorlog. In navolging van Simon Vinkenoog, die al aan eind jaren veertig naar Parijs was vertrokken, leefden ook jonge Nederlandse dichters, schilders en fotografen in die tijd in de lichtstad en maakten kennis met een springlevende cultuur.


Erik Pape wilde vanaf de lagere school eind jaren veertig kunstenaar worden en besloot op vijftienjarige leeftijd dat ook hij naar Parijs wilde om zijn horizon te verbreden. Het zou echter tot 1978 duren voor hij in Parijs aankwam, voor een paar dagen. In 1980 was hij er met een reisbeurs, nu om een maand te werken. Vanaf die maand is hij tot op heden jaarlijks in Parijs geweest om te schetsen in zijn cahiers. Op basis van ter plekke gemaakte studies en foto’s maakt hij in zijn atelier schilderijen waarin de stad Parijs het onderwerp is.

 

Wassen en afschuren

Binnen dat gegeven maakt Pape een enorme ontwikkeling door en steeds is hij in staat zich als schilder te vernieuwen. Hij begint als graficus van minutieus getekende etsen en later tekent hij minimalistisch werk met potlood op hout. Parijs wordt aanleiding voor grote abstracte schilderijen: ellipsen, ontleend aan de fonteinen in de Tuilerieën, of perspectivische lijnen die van kades afkomstig zijn. De schilderijen zijn sterk bewerkt: geschilderd, afgeschuurd of gewassen en weer beschilderd. Daardoor komen de abstracte lijnen in een levendige verfhuid te staan. Op het doek spiegelt zich het licht in het water en die atmosferische aanpak zal in de rest van Papes werk een belangrijk onderdeel blijven. De kunstenaar zoekt na enige tijd meer houvast, voegt herkenbare elementen als bomen en wolken toe en dan begint hij stadsgezichten te schilderen, in een stijl die geïnspireerd lijkt door de schilderijen op het Place du Tertre of het werk dat op de vele marchés aux puces vaak tegen een habbekrats te krijgen is. Met dit werk schurkt de kunstenaar op virtuoze wijze tegen de kitsch aan.

 

Lijsten schilderen

De ansichtkaarten bij de vele bouquinistes aan de Seine inspireren hem op een bepaald moment tot het schilderen van een lijst op zijn schilderijen. Die lijsten blijven een tijd een formeel kenmerk in zijn werk: als het kader om een foto. Dit creëert afstand tot het beeld en geeft het beeld een meer autonome waarde. Daarnaast worden in de lijsten ornamenten verwerkt die in het stadsleven in Parijs terug te vinden zijn. Zo heeft een fors gezicht op het spoorwegemplacement bij het Gare du Nord een geschilderde okeren lijst met daarin de figuur die in de oude metrostellen op de binnenkant van de deuren is aangebracht.

In die periode zijn de onderwerpen legio: stadsgezichten, metrogangen, hotelkamers of de ruit van een restaurant waarop het menu du jour is geschilderd. Dat alles wordt uitgevoerd in een snelle efficiënte toets. Het werk geeft een mooi beeld van de zwerftochten die de schilder door Parijs maakt. Pape kiest dan thema’s en schildert stedelijke landschappen: bruggen en een serie rond de Très Grande Bibliothèque met verkleurende hemelgewelven boven de Seine. Vanaf de eerste reis heeft de schilder een voorliefde voor de omgeving van het Canal St. Martin en Place Stalingrad, en op een bepaald moment concentreren de schilderijen zich op die locaties, met name op de omgeving van het metrostation Stalingrad. Het beeld wordt eenvoudiger, maar het werk wordt in formeel opzicht complexer doordat de strakke stalen structuren van de metro, die hier boven de grond loopt, zo mooi contrasteren met de architectuur en de natuurlijke elementen in de omgeving: begroeiing, bewolking of het licht van de ondergaande zon.

 

Romanticus

Dat laatste voert naar een ander kenmerk van het werk van Pape: de schilder is een romanticus en zijn werk laat dat duidelijk zien. De manier waarop de hemel de stad overkoepelt, geeft in praktisch alle schilderijen waarop dit voorkomt een sterke stemming weer. In de laatste jaren is die romantische stemming heel sterk aanwezig in de schilderijen. De doeken zijn donker maar de zwarten die er overvloedig in aanwezig zijn, lijken wel licht te geven door de manier waarop ze met structuur en diverse donkere kleuren verweven zijn. De fel gekleurde accenten die soms spaarzaam zijn aangebracht ogen als Fleurs du Mal, de epifanieën die een kunstenaar tijdens het eeuwig zoeken ondergaat. Het worden bijna abstracte doeken waarin nog nauwelijks de structuur van een stalen metrobrug staat getekend of zelfs gekrast. In de randen zijn nog rudimentair de geschilderde lijsten van vroeger te herkennen, alleen zijn het nu resten van oudere schilderijen die eronder gezeten hebben en die Pape heeft schoongewassen en geschuurd, een praktijk die hij altijd is blijven toepassen.

 

In de allerlaatste schilderijen dringt zich weer in verhevigde mate iets op wat in Papes werk altijd wel aanwezig is: het perspectief. Op een donker fond worden opeens met lichte verf pilaren van een metrobrug in een verschiet getekend. Met jeugdige overmoed betreedt Erik Pape dat pad in het duister, om terug te komen met nieuwe schilderijen die Parijs tonen. Een ander, meer mythisch Parijs dan de stad waar hij rondzwerft, een Parijs dat de schilder blijft vernieuwen.